2de Wereldoorlog….

 

 

 

…Eind januari 1945, een bitterkoude winter vol ontberingen en geweld….

 

 

Bombardementen en schietpartijen tussen de nazi`s en het Russische Rode Leger, tot op 31 januari het Rode Leger de stad in marcheert, de `bevrijding` van de nazi`s !
Wat gevierd werd als bevrijding, werd een nachtmerrie. De, toen nog, overwegend Duitse bevolking zal het ervaren hebben als een drama.
Een datum die voor altijd geassocieerd zal worden met tragedie, het gedwongen vertrek en achterlatend van huis en haard. Op dat moment gaat de geschiedenis weer een wending krijgen, een geschiedenis die nu nog zichtbaar is.
Om het een beetje te begrijpen; In 3 maanden van een Duitse stad  met Duitse inwoners gezuiverd van bijna alles wat Duits was, naar een Poolse stad, met Poolse bewoners. Poolse bewoners die op hun beurt weer verdreven waren uit de, door het Rode leger, veroverde gebieden, wat nu Litouwen, Wit Rusland en Oekraïne zijn.
Door de verdragen van Teheran (1943) en Jalta (1945), onder leiding van Stalin, Roosevelt en Churchill, wordt duidelijk dat midden Europa ingrijpend zal wijzigen. Duitsland moet kleiner, USSR wil graag ‘buffer’ landen voor de voordeur, er wordt besloten om de grens Polen en Duitsland op te schuiven, Makkelijkste was, om een natuurlijke grens te gaan gebruiken, over bijna de volle lengte liggen de rivieren Oder en Neisse. Vrij snel werd besloten om deze als grens aan te gaan houden. De D.D.R. (Lees Moskou) had deze grens al geaccepteerd in 1950 met het verdrag van Görlitz “De grens van Vrede en Vriendschap”. Pas 7 december 1970 werd deze grens met een voorlopige erkenning geaccepteerd door de regering van de Bondsrepubliek Duitsland (BRD) (Willy Brandt), via het verdrag van Warschau. In mei 1972 werd deze daadwerkelijk geratificeerd door de Bondsdag in Bonn (toenmalige hoofdstad van BRD)
16 januari, heel langzaam komt een grote stroom vluchtelingen uit het oosten op gang, Auto`s volgeladen, steunend en kreunend op hun wielen, mensen lopend met karren en sledes, alles wat meegenomen kan worden, wordt ingeladen. Sommigen hebben geen dak, bijna geen kleren, bij temperaturen tot beneden -20°C , sneeuwstormen trotserend, het geluid van knisperende sneeuw onder de wielen en sledes, afgewisseld door inslagen vlakbij en verderaf.
De stad en streek zijn bang, Wat gebeurd er, men weet het niet, men is praktisch verstoken van informatie, maar de verhalen die de ronde doen, doen het ergste vermoeden. Het Rode Leger komt eraan, nog vele malen erger dan de Nazi`s; verkrachtend, rovend en moordend. In allerijl worden nood-hospitaals ingericht, scholen en privéhuizen doen dienst als opvang van gewonden, overal waar ruimte is word een slaapruimte ingericht. In de bioscoop wordt een distributiekantoor ingericht. Maar de stad is half aan stukken geschoten, Gebouwen kijken de lucht in als holle, rotte kiezen. Ruimte is er niet, en in plaats van ruimte te creëren, word er een verbod tot reizen afgekondigd, wie richting Duitsland vlucht riskeert de kogel, terwijl vanuit het oosten de stroom vluchtelingen groter wordt.
Op 29 januari geeft het leger uiteindelijk het bevel tot evacuatie, maar veel te laat! Treinen kunnen bijna niet meer rijden, het wegennetwerk is er zeer slecht aan toe, Vluchtende Duitsers met hun voertuigen, uit elkaar geslagen, rovende en moordlustige eenheden, vluchtend naar richting Duitsland, wie in de weg loopt of rijd, word overreden door Duitse militairen, de weg ligt bezaaid met lichamen, omgekomen door onderkoeling, neergeschoten of overreden.Duizenden vinden de dood. Niemand krijgt toestemming om de doden een fatsoenlijk graf te geven, wie het wel doet wordt in koele bloede vermoord; Zowel door de Duitsers als het Rode leger.
De stad Schwiebus, word intussen een grote mierenhoop, mensen zoeken naar de beste manier om te ontsnappen, alles wordt verkocht voor een plaats op de weinige treinen,
30 januari, de stad wordt omringd door de Russen, De overgebleven mensen, zijn ‘bevrijd’, bevrijd van de Nazi`s, maar onder de voet gelopen door het Rode Leger.
Het Rode Leger, gaat door tot aan de Oder, en `prikt` daar de dijk door, waardoor de grensovergangen die er nog waren, onbereikbaar worden voor velen.
De laatste trein met burgers en militairen vertrekt richting Frankfurt (Oder) op 31 januari, hij zou Wilkowo (5 km westelijk van Schwiebus) nooit bereiken, Een voltreffer raakt de trein, en de verliezen zijn enorm, exacte getallen zijn er niet, complete wagons met passagiers zijn van de rails geblazen, lichaamsdelen en stukken trein worden uit de bomen gehaald. Diezelfde dag wordt de vlag, met hamer en sikkel, gehesen op het stadhuis.
De eerste dagen, zijn dagen van angst. Russische militairen, dronken, schietend, verkrachtend en plunderend, gaan ze door de stad, onnodig veel gebouwen worden na de plundering in brand gestoken, De weinige burgers die er nog zijn, leven in grote angst. Geen stroom, gas of water.
Elke avond is de hemel vuurrood.
4 februari, alle mannen tussen de 17 en 70, die nog in de stad zijn, worden krijgsgevangen gemaakt, en afgevoerd naar Poznań, om opgesloten te worden in werkkampen. Om verzet te voorkomen worden de burgers opgedragen om te vertrekken naar het oosten, De stoet vertrekt door de smeltende sneeuw en modderige wegen. De ongelukkige sterven, de stoet moet doorlopen, tijd om een graf te graven word niet gegeven.
Schwiebus is verworden tot een spookstad, af en toe waagt een Russische militair er zich, en dan nog alleen om een controle uit te voeren, wie er toch nog is, slaapt in de kleren, om bij onraad direct te kunnen vluchten. De enige die er nog zijn, zijn de jonge verpleegsters, die de zorg hebben voor de militairen, werkend onder erbarmelijke omstandigheden, met zwarte gezichten, in gescheurde, vuile en oude ‘schorten en kleren’. Verkracht door de Russen. Gebrek is er aan eigenlijk alles, getekend voor het leven.
Schwiebus wordt een tijdelijk centrum van gewonde militairen die in het oosten van Duitsland vechten, de spoor- en wegverbindingen zijn provisorisch gerepareerd, per dag worden tot 4000 gewonde militairen binnengebracht, opgelapt en terug naar de strijd in Duitsland of doorgestuurd naar huis in de USSR.
Alles wat in de fabrieken en huizen gevonden word, en nog werkt, wordt in vrachtwagens geladen en afgevoerd naar USSR, onder het mom van herstelbetaling.
Dan capituleert Duitsland op 7 mei. In het strijdgewoel is Schwiebus overgegaan in naam naar Swiebodzin, de overheid Pools (Of moet ik zeggen Russisch?) geworden. In de stad wordt er, tussen de puinhopen door, een beetje feestgevierd. De Russen lopen dronken, zingend en juichend door de straten, geen (overgebleven) Duitser durft zich buiten te vertonen.
En dan, na de feestroes; De kater, de wederopbouw van de dorpen en steden , en de repatriëring, (de gedwongen verhuizingen uit de oude Poolse delen die nu Wit-Rusland, Litouwen en Oekraïne zijn).
Het trein verkeer komt weer langzaamaan op gang, Bestaansmiddelen zijn er bijna niet. Men voedt zich met wat de natuur geeft, De overgebleven Duitsers hebben het steeds zwaarder, het sterftecijfer is hoog, Af en toe, krijgen ze wat brood toegeworpen van de Russen, Dan is het voorjaar ernstig droog, putten komen droog te staan, gewassen kunnen niet groeien.
28 mei krijgen de gevluchte Duitsers toestemming om te kijken in de stad, wat er nog over is van hun bezittingen. Diep geschokt gaan ze terug naar de westkant van de grens. Ordetroepen gaan huis voor huis af, op zoek naar achtergebleven Duitsers, om ze alsnog te verdrijven, ondanks smeekbedes aan de commandanten, gaan ze met de trein naar Duitsland. Veel hebben dit niet afgewacht, verhalen verder uit het oosten doen weer het ergste vermoeden. Dan maar te voet naar Duitsland, binnen 2 tot 3 dagen (70km) was men, eventueel door de dichte bossen, gevlucht naar in Duitsland. Diegene die verder woonde, bijvoorbeeld Poznań of Bydgoszcz, hadden geen `geluk` om op eigen gelegenheid te vertrekken; Het Rode Leger sloeg ze letterlijk de trein in. Bij deze naoorlogse handelingen hebben vele duizenden alsnog de dood gevonden.
Na het afnemen van hun burgerrechten werden zo`n 10 miljoen Volks Duitsers uit Polen verdreven, als beesten behandeld. Naar schatting hebben 1,5 miljoen het niet overleefd. Diverse steden werden door de Oder en Neisse gedeeld. Frankfurt an der Oder, Guben en Gorlitz zijn daar een voorbeeld van.
De treinen die leeg uit Duitsland terug kwamen, reden door naar de nieuwe Wit Russische of Oekraïnse gebieden in het Oosten, waar ook een grenscorrectie had plaatsgevonden, Etnische Polen in Litouwen, Wit-Rusland en Oekraïne, worden op dezelfde wijze behandeld als de Duisters. Ze worden, met hun karige bezittingen, een goederenwagon ingeslagen en op “transport” naar het westen gezet. In elke plaats werd gestopt, en aantal de trein uitgejaagd, of als men `geluk` had werd de wagon afgekoppeld, en achtergelaten in een totaal onbekende plaats; willekeurig.
Świebodzin heeft op deze manier op het emplacement ook een aantal woonwagons gehad, en meerdere jaren hebben mensen op deze onmenselijke wijze gewoond.
Mijn schoonmoeder komt van geboorte uit Dowrczany (175km ten Noorden van Minsk), en heeft met moeder, broer en 2 zussen een tijd in treinwagons gewoond. Haar vader is oorlogsslachtoffer, vermoord door een Oekraïner. Mijn schoonvader (Helaas heb ik mijn schoonvader nooit gekend, †2003) is van geboorte uit L`wów, wat nu (Oh de ironie) Oekraïne is, en is met zijn familie geplaatst in Poznań, alwaar hij ook studeerde.
De mensen die gedwongen geplaatst werden, kenden de streek niet, alles was kapot en leeggeroofd.
Van een bloeiende stad, verworden tot een stad zonder een op gang komende economie. Met niets hebben de mensen van toen, een begin gemaakt om hun leven weer op te pakken en om van niets iets te maken.
De ene oorlog is net afgelopen, of de volgende begint, de Koude Oorlog, maar dat is een compleet ander hoofdstuk.